Na een maand...

Ha vrienden,

 

Ok, bijna een maand hier nu. Als de kinderen nu zeggen “ik wil naar huis” dan bedoelen ze het huis hier; en ook wij zijn aardig ingeburgerd hier nu. Je kent de mensen in de buurt een beetje (waaronder de 92-jarige buurvrouw die we dagelijks de krant moeten brengen), we verdwalen niet meer op weg naar de supermarkt en de stad, en we raken er aan gewend dat alles hier uren duurt. Dat die supermarkt van 7 uur ’s ochtends tot 12 uur ’s nachts open is en 7 dagen per week is dan ook handig. Sommigen zijn trouwens 24/7 open, handig als je niet kan slapen, maar dat lukt ons, bezijdens kleine slaapwandelaars die ons bezoeken, wonderwel. Het weer, of het nu de verschroeiende hitte, de knallende zon of koude en soms gutsende regen is, is vermoeiend en slopend. Het is vooral goed te doen op een terras met een geurige exotische maaltijd die uit iedere hoek van de wereld kan komen, een glaasje vaak uitstekende Australische wijn of prima (liefst lokaal) biertje. Gezien het weer is de beste tijd daarvoor vanaf 10.00 ’s ochtends, wanneer de terrassen volstromen met ontbijtende Ozzies, wat overgaat in luchen en dineren en dan uitgaan naar pub of weet ik wat. Menig straat is een aaneenschakeling van exotische restaurants, inclusief de trottoirs druk bezet, met allerlei maffe winkeltjes tussendoor met alles van de meest organisch-biologische toestanden (ja, alles moet green tegenwoordig in Australië, behalve hun auto dan; benzine nog voor pakweg een euro!) tot de hipste kleding. Melbourne is ook werkelijk een winkelparadijs voor wie dat wil, maar het leukste is studenten/bohemienwijk Fitzroy ipv van het propvolle musea-en-Gucci-en-toeristische Central Business District zoals de stad hier heet, want dat lijkt qua sfeer toch ook wel veel op iedere stad. De uitzonderingen daarop zijn ’s nachts, want ik wil altijd in iedere stad zien wat er zich midden in de nacht in de krochten afspeelt; je kent een stad niet als je hem niet by night kent. Vergeet dus de hippe tenten met gorillas die die rijendikke fashionvictims en Footy-sterren (Australian Football, want Aussie korten alles af; probeer eens barbie, breakky, skippy, stubby, kindy) keuren op toelaatbaarheid (nooit slippers of spijkerbroek!) maar ga walkabout tot je in donkere stegen komt, ga links-rechts tot het doodloopt, zoek deur: yes, daar zitten de goeie tenten! Hoe meer vuilnis overigens in de steeg hoe beter! Er zijn natuurlijk ook duizenden hele gezellige pubs hier, maar als stomme Hollander ga je zaterdag rond elf uur de stad in, om juist te zien hoe de laatsten van de pubs de deuren sluiten (de aussies zijn al dronken als ze rond 19.00 in de pubs meatpies of ander pubfood naar binnen schuiven). De meer late-night tenten sluiten overigens dan om 12.00 of 1.00; inmddels weet je dan: de stegen in! Het beste is naar goeie optredens of parties (wel kaarten scoren ruim vantevoren) en de besten zijn klaarblijkelijk te vinden in de beruchte Brown Alley, 3 verdiepingen achteraf vertier in een knusse postmoderne voormalig historischpandmaarnudusclub met een stel topdj’s op een supersoundsystem. For the record: alles is rookvrij in Australië, wat het heel knus maakte in die bruine steeg. Maar niet zitten, glas mee naar buiten of herrie maken, want geloof me dat een ruzie met een portier hier maar heel kort duurt . Ik denk dat je met Australiërs niet snel ruzie krijgt maar als je het krijgt is het foute boel. Goeie manieren om de sfeer te laten bekoelen zijn, in oplopende volgorde trouwens: beginnen over de Aboriginals met een niet-Aboriginal, beginnen over Australië’s afstamming van gedeporteerde criminelen en ze amicaal aanraken met een nichterige blik.

Afijn (en voor wie niks heeft met house kan naar de volgende alinea), Brown Alley: The Darkbeat 5th Birthday, een 24-uurs festival, tientallen dj’s, begon op een boot om 12 uur ’s middags (was allang uitverkocht, ik had nog een kaartje voor ’s avonds, maar kreeg daagstevoren er nog een aangeboden van een punter uit de kroeg van  weektevoor, had mijn nummer via vriend van hem, maar ja, kindjes enzo, dus een uur of 8 leek me ook wel mooi). ’s Middags vast in die tent wezen kijken, niks te doen, slechte house, dus thuis eten met de family. ’s Avonds terug: volle bak, goeie muziek, wereldset van Dave Seaman, prima Layo van Layo & Bushwacka. Volle dansvloer. Raak aan praat met gozer Mark, voormalig literatuur en kunstgeschiedenisstudent-nu-kok. Iedereen later vragen: is that your brother? Yes, he’s my soulbrother. Ook grappig: na ff lullen zegt een gast: wacht ff, ben jij Nederlander? Blijkt goed en wel terug van 6 jaar in Nederland wonen en werken als golfleraar. Bleek overigens half Aboriginal half Pools, had een Italiaanse vriendin uit Carlton, Italiaanse wijk vlakbij ons. Ergens vandaan komen is trouwens heel normaal, naarmate je zegt dat je langer in Melbourne blijft wordt het meteen beter. Melbourne is ultiem multiculti, iedereen was immers at some point immigrant, behalve de Aboriginals dan. Afijn, halverwege de nacht dus helemaal thuis daar. Meestgestelde vraag: How come you know about this place? Blijkbaar hadden de meeste Melburnians (geen toeristen aldaar) er tijden over gedaan die tent te ontdekken. Die keken knap beteuterd toen ik vertelde dat ik net 3 weken in Oz was en voor de 2e keer ging stappen. Afijn, goede muziek, goede sfeer, geweldig publiek, lekker gedanst, lekker hangen op die banken tussendoor en roken in de steeg, en ik voelde me dus helemaal thuis. Toch maar een taxi gepakt om 6 uur ’s ochtends, want lopen naar de tram werd al lastig. Olé Melbourne!

Dat deed wel ff goed, want de eerste paar weken toen de eerste nieuwigheid er vanaf was en Marloes ging werken en ik dus doordeweeks thuis zat met 2 kindjes in een hittegolf sloeg de vertwijfeling toch wel enigszins toe. Het was eigenlijk te heet om buiten te kunnen verkeren, je hebt wel speeltuintjes in de buurt (parken en speeltuintjes alom hier) maar wil je richting stad of strand of een ander doel dan park of speeltuintje dan moet je dus met auto of tram en ben je gelijk tijden onderweg. De stad duurt een half uur. Naar de supermarkt doe je ook met de auto, en dat duurt ook tijden. Burnout kennen ze hier niet, maar je begrijpt ook wel waarom. Trouwens als je meerdere soorten boodschappen moet doen, ook al ben je in een winkelstraat of winkelsuburb, dan gaat dat dus van rijden, zoeken, parkeren, lopen, winkel, auto, rijden naar de volgende winkel, parkeren, etc.. Vooropgesteld dat je al weet waar die 2e winkel is, anders moet je dat eerst nog uitzoeken.

Die auto is ook apart; een Mazda 626 uit 1980, zelfs hier zie je ze niet meer. Geen airco, je moet zelfs het raampje optillen als je hem omhoog draait, en een soort rijdende koolmonoxide fabriek op wielen. Met 40 graden is het dus ongeveer 80 graden in de auto, je moet links rijden, als je niet op een 8 of 10-baans snelweg zit is het verkeer echt niet relaxed (de aardige Melburnians toeteren als je niet binnen een halve seconde bent opgetrokken bij het stoplicht, en doe je iets fout dan hangen ze uit de auto om je allerhande vervoegingen van f*ck naar het hoofd te slingeren). Voeg daarbij 2 oververhitte kinderen die steevast eerst een halfuur lang huilend roepen “pap, ik ben misselijk” en dat vervolgens ook bewijzen door zichzelf en jou rugleuning te voorzien van alles wat je ze sinds het ontbijt liet eten en drinken. (nee, jij  krijgt nu niks meer te drinken). Het goede van koolmoxide is dat ze daarna eindelijk bewusteloos raken.

Met ophalen en brengen van Sasha naar school, gevolgd door een middagslaapje van Jonathan doe je voor je het weet niks meer behalve wat was en opruimen, mail checken en koken en zo is je dag weer voorbij. Oftewel: voorzitje voor de fiets bestellen. Via ebay, moest uit Noord Australië komen. Ff later fiets gekocht, ook nog een groot fietsstoeltje tweedehands (richting Marloes haar universiteit, half uur richting stad, half uur snelweg, buitenwijken doorkruisen, dan weer terug). Het gaat vast een attractie worden want Aussies vinden voorstoeltjes echt heel raar. Ik vroeg er ooit naar in een fietsenzaak; “yes we have them but we don’t sell ‘em. We only advise them as the fastest way to get your child killed”. Anderen denken daar luchtiger over, ze kennen ook wel de fietskar (heeft ook nagenoeg niemand) maar 2 stoeltjes op een fiets, nee. Trouwens moet iedere fietser hier een helm op, maar gezien het respect dat de automobilisten voor je hebben is dat dan weer niet zo gek.

Maar ondertussen is ook Ineke, zus van Marloes, hier en hebben we met de geleende fiets van de zwangere buurvrouw dus nu 3 fietsen met ieder een kinderzitje. Hebben we zelf ook veel kunnen zien, door samen fietsen of opsplitsen (met 1 of zonder kinderen), maakt het allemaal stukken flexibeler, en Marloes heeft daarbij ook maar de hele week vakantie genomen. Stuk langs de Yarra was prachtig, gevoel van stukje natuur midden in de stad (stoomtreintje in de heuvels is 1 uur rijden, eerdere rustiger stranden 1 uur rijden, en dan nog ga je met een snelweg alleen maar door suburbs. Je neemt de afslag en zit er weer in, met ook weer winkelstraatjes met een Thai, een chinees, fish and chips etc.. Alleen de bungalows en tuinen alsook de parken worden groter, maar het gaat maar door). Om echt buiten de stad te komen is dus nog wat langer rijden, maar da’s met kinderen dus eigenlijk al te lang voor een dagtrip. Da’s dan toch wel weer mooi van Nederland: het is klein, alles zit vrij dicht op elkaar, maar je hebt wel afwisseling op de korte afstand!).

Gisteren met Marloes de stad in, eerst gegeten bij een hele vieze Vietnamees (je kan ook pech hebben) toen met Tessa, nichtje van buurman Ton Ammerlaan die hier nu al een jaar studeert) naar dé jazzclub van Melbourne. Voor ons onbekend Melbourne bandje, the Conglomerate, maar errug leuk, zo bleek. Jazz met allerhande pop en breakbeat invloeden, soms op een drone of groove, soms meer salsa of mariachi, vaak op zijn Australische dat alles afgewisseld in 1 nummer. Hilarische en ontroerende teksten er vaak bij. Leuk zaaltje trouwens, jong, hip en beschaafd publiek. Een staaltje onvervalst Australië, zoals dingen alleen maar hier kunnen. En ja, het zit helemaal achter in een donkere steeg, maar wel met uitzicht op de wolkenkrabbers. Cd’tje gekocht als aandenken! En Tessa, die binnenkort naar Nederland terug gaat, gaat met vrienden en familie naar de Music Meeting heeft ze beloofd! (en als je verstandig bent doe jij dat ook, zie www.musicmeeting.nl ). Trouwens, het stikt hier van  de bandjes, parties en optredens, en vaak dus nog behoorlijk goed ook. Voor de jazz-aficionados, in april speelt hier Wadada Leo Smith en op het Melbourne Jazz festival tussen een hoop meuk ook Thomas Stanko en Yamandu Costa! Maar hopen dat we oppas hebben dan.

Ok, Ok, in een tweedehands zaakje hier nog 20 andere tweedehands jazzcd’s gekocht. Het beste idee was wel mijn harde schijf met 130 GB jazz en electronica mee te nemen. Met kabel via laptop op het stereootje gezet hier: top!!! Ieder melancholisch moment gelijk omgevormd! Voelt ook helemaal thuis!

Trouwens, voor wie het niet wist: we hebben een zeer slechte internetverbinding, skypen is voorlopig meestal onmogelijk, stuur ons geen foto’s als bijlage, en op Tasmanië zullen we voornamelijk ook geen bereik met de mobiel hebben. En een tip, ook voor wie niet naar Australië gaat: lees het uitstekend vertaalde Tegenvoeters van Bill Bryson, hilarisch verslag van een reis door Australië. Cheers for now,

 

Harold

 

 

 

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer