Great Ocean Road

The Great Ocean Road                

lag in de planning, vlak na de verhuizing. De kinderen vonden het meteen prima hier in het nieuwe huis, voor ons was het even wennen aan de kitsche Egyptische meubels, het kunstgras en de zwarte grond in de achtertuin. Niet handig van de zo op zijn schone kleden en meubels gestelde verhuurder, maar wel aardig, om een tas met schepjes en emmers achter te laten, dus de kinderen gelijk graven in de zwarte modder. De enorme productie van Sasha op zijn school aan tekeningen en schilderijen kwam nu mooi van pas voor de aankleding van het kale huis. De grote centrale trap vinden ze trouwens ook geweldig, evenals de vloer tot plafond hoge spiegels van de inbouwkasten op beide slaapkamers (dat wordt de verzekering nog eens checken!) en het driehoekige bad in één van de badkamers (ook echt Australisch, liefst iedere slaapkamer een eigen badkamer), hoewel Jonathan doodsbang is van de ingebouwde jakuzi. Na de eerste nacht hier onder een heel vies stinkend dekbed (alles maar wassen hier wat er nog in de kasten lag) alweer een verrassing: het kunstgras uit de voortuin bleek gestolen! Wel typerend voor Fitzroy, het is wellicht de hipste buurt in Melbourne (as in bohemian en artistiek ipv chic) maar de studenten, kunstenaars en helaas ook wat regular lowlife maken het ook wel enigszins ruig. Af en toe dus junkies in de speeltuin (één van de weinige hebben we pal naast de deur, hoewel heel klein), maar voor de rest echt een geweldige buurt, vol met kroegen, bars, restaurantjes, hippe kledingwinkels, platenzaken en organic toestanden. De kinderen maakt het allemaal niet uit, die vinden alles prachtig, kennen de winkels en restaurantjes inmiddels ook (en de winkeliers hen), rennen over straat door de drukte om te wachten bij de volgende weg (publiek kijkt vol ongeloof waar de ouder blijft) en lopen zelf naar de speeltuin. Er blijken overigens hiernaast ook 2 jongetjes van 3 te wonen en een moeder die wel wil spelen (weliswaar niet mijn type, maar wel aardig), alleen blijkt ze vaak pas laat thuis te komen. Maar goed, er wonen dus wel kinderen tussen, eigenlijk best veel. Een verder uitstapje is naar het park en de speeltuin bij het Melbourne Museum, maar de kinderen kunnen steeds beter lopen, dus ook dat lukt steeds beter. En het fietsen natuurlijk met 2 kinderen, 3x per week naar en van Sasha’s school (toch een klein half uurtje buffelen). Eergisteren trouwens in de vrieskou, na wat blijkbaar de koudste nacht van de afgelopen 25 jaar was. Volgens de Melburnians is het sowieso één van de koudste en natste herfsten ever. En dat pal na die hittegolf. Afijn, het weer is zoals ze hier zeggen ‘4 seasons in one day’ (Crowded House ook Melbourne?), wat overigens wel maakt dat de vrieskou en regen in de ochtend in de middag plaats kan maken voor heerlijke zon en 20 graden. Het is heel apart zullen we maar zeggen, maar eigenlijk dus wel heel aangenaam als je van seizoenen houdt. Vallende blaadjes van platanen naast enorme palmen met papegaaien en soms aborigines in winterjassen, met engelse stijl bebouwing in een cosmopolitische stad, het blijft apart. Stiekem kun je daar heel erg van genieten als je beseft hoe bijzonder het is dat we hier in mogen leven; we hebben toch maar geluk!

Maar vorige week dus op woensdag de hele dag het huis in Brunswick gepoetst, terwijl Rosanne (lieve studente, vriendin van Claudia, nu oppas nummer 2!) op de kinderen paste. Volgende dag camper gehaald (eerst wel 3 kwartier met de taxi naar de dichtstbijzijnde …) en dus ’s middags vertrokken. De eerste dag naar de kusten en stranden van Torquay en Anglesea (The Surf Coast), gewoon parkeren op parkeerterrein bij de monding van een getijdenrivier. En die kinderen maar graven daar, voor je er erg in hebt lopen ze in de kou en wind met de blote kont naar de branding! Gelukkig zijn ze dan na een half uur zo bevroren dat ze weer mee terug willen, maar ze vinden het prachtig. Bij iedere kust roepen ze in koor: Strand! Strand!

Volgende dag rijden op die GOR. Alle verhalen van de Ozzies (ojee, vlak langs de kliffen, die bochten; met een camper !?) zijn trouwens onzin, vergeleken bij de Alpen stelt het niks voor. De stranden en kusten zijn mooi (weer een strand, weer mooi!), maar wat het volgens ons mooi maakte zijn de bossen en bergen (nou ja) van de Otway Ranges, bedekt met gematigd regenwoud die er achter liggen. De volgende dag na wat gegraaf aan het strand en een ritje een lekker wandelingetje gemaakt bij een vuurtoren en door het regenwoud naar de Erskine Falls, via een trap 300 treden omlaag en weer omhoog dus, wat Sasha gewapend met zwaard en pijl en boog zelf helemaal had geklommen. Daarna op een prachtig campinkje, 10 km na uitgestorven toeristenstadje Lorne (zwerm kakatoes rond de camper bij de lunch), aan een riviertje overnacht tegenover stijle, grillige rotsformaties, en je mocht er stoken. Dus buiten eten, stoken (altijd feest) en marshmellows roosteren, hoewel gedeeltelijk in de regen, maar toch geweldig.Volgende dag weer rijden langs de kust en doorgestoken door het Otway National Parc in het puntje richting naar Port Campbell. We zijn eigenlijk net op weg toen we voor het eerst langs deze route zo’n pas op voor koala’s bord passeerden. Dus zeg ik tegen Marloes: dat zou wel gaaf zijn nu, want we hebben nog geen koala in het wild gezien. Waarop zij zegt: nou daar zit er één in de boom! Na te zijn gestopt zagen we er nog 3, waarvan ook 2 wakker (wat ook altijd mazzel is bij koala’s aangezien ze 20 van de 24 uur slapen). Jonathan sliep overigens, Sasha kon het niet boeien (tja, hier kangaroes, daar papegaaien), maar voor ons was het leuk. Handig aan koala’s is ook, aangezien ze alles als in slow motion doen, dat ze niet wegrennen als je dichterbij komt. Verder die dag gezien de regen trouwens maar veel gereden en uit de camper rondgekeken. Aan het eind van de middag was er inmiddels een storm opgestoken, maar wel droog, en passeerden we de bekende attractie aldaar de 12 Apostels, 12 door erosie uitgesleten rotsformaties voor de kust. Overigens kun je er 5 slechts per vliegtuig zien omdat ze te ver uit de kust staan. Van de overige 7 is er de afgelopen jaar één in zee gedonderd en van één, de London Bridge genaamd is in de negentiger jaren een boog naar beneden gevallen. Grappig is dat er toen net 2 toeristen over gelopen waren, die stonden dus op de achterste rotsen in zee en moesten per helicopter worden gered! Symbolischer kan het trouwens volgens mij niet dat de banden tussen Australië en Engeland in die tijd, hoewel nog steeds gemenebest, aardig zijn losgemaakt. Het moet overigens ook rond die tijd zijn geweest namelijk dat Australië heeft besloten tot een eigen volkslied ipv het God Save The Queen, iets wat sinds het trauma van de verlatenheid door Engeland in WO II (toen de Japanners het noorden van Australië al hadden bezet) er natuurlijk aan zat te komen. Maar goed, de kust: De wind was overigens zo hevig dat Marloes eigenlijk er niet heen wilde lopen, de kinderen waaiden ook letterlijk bijna weg, maar het was zonsondergang, dus mooi wel dat we zouden gaan; alleen maar beter! En indrukwekkend was het, vooral in combinatie met die wind en die beukende golven van die zee onder je, met de ondergaande zon die door de gaten van de bewolking scheen. Sasha vond het ook helemaal kicken en Jonathan was zwaar onder de indruk, en wij trouwens ook. Het zijn van die dingen die je wellicht al tientallen keren op allerhande foto’s hebt gezien maar in het echt is het toch indrukwekkend op een soort zintuiglijk maar ook bovenzinnelijk niveau.

Daarna in het donker doorrijden tot aan vissersdorpje Port Campbell, daar weer camper aan de baai en fish en chips eten. De camper bleef goed staan in het gebeuk van de wind! Marloes heeft nog wat gewandeld aan de baai met de kinderen en we hebben her en der nog wat kliffen bewandeld alvorens we besloten  via het binnenland weer richting Melbourne te rijden. Daar zou immers volgens de boekjes sprake zijn van de “3th largest vulcanic plain in the southern hemisphere” (Australiërs zijn meesterlijk in dit soort kwalificaties, zo niet van natuurlijke fenomenen dan wel van onnatuurlijke zoals we 5 jaar geleden ook al zagen bij de Giant Mango. Stel je voor, in de middle of nowhere staan gigantische borden langs de weg met daarop geschreven Giant Mango. Je slaat af, komt ergens bij een kruispunt met, jawel, een tien meter hoge plastic mango. Een cafetaria er bij, een benzinepomp, souvenirwinkels, en tal van Ozzies die vrolijk op de foto gaan staande voor een enorme plastic mango. Het is bizar, maar blijkbaar moet je ergens stoppen als je uren op een snelweg door de woestenij rijdt. Voor de belangstellende: wie zoekt vindt ook de Giant Apple, de Giant Banana, de Giant Pineapple en wellicht nog meer nauwelijks bekende wereldwonderen). Maar die vulkanen dus, Sasha wilde immers lavastenen voor zijn vriendjes meenemen, tja die waren daar 30 miljoen jaar geleden of zoiets, en de lava vormde de basis voor vruchtbare agrarische bodem en weidegrond op een eindeloos saaie en deprimerende vlakte. Maar we hebben dus de laatste slapende vulkaan daar beklommen, een enorm zoutmeer gezien en zo’n 6 uur gereden door een omgeving waar je nog niet dood gevonden zou willen worden. Het relativeert de zaken wel zullen we maar zeggen.

Toen dus maar door naar de Bellarine Peninsla, één van de twee schiereilanden die Port Arthur, de enorme baai voor Melbourne, nagenoeg afsluit voor de Bass Strait cq oceaan. Er resteert slechts een smalle doorgang van een paar honderd meter, genaamd The Rip, met inderdaad woest kolkende stromingen tot gevolg. Er liggen daar dan ook, net als langs de GOR, honderden scheepswrakken voor de kust en tientallen zijn er stukgeslagen op de klippen. Lijkt me echt beroerd als je vroeger weken, zo niet maanden had gevaren op je zeilschip vanuit Engeland om vervolgens vlak voor Melbourne in het zicht van de haven te pletter te slaan en met zijn allen te verdrinken. Ook nu, toen we bij Queenscliff bij één van de vuurtorens en op het strand gingen spelen was een enorm schip blijkbaar al uren aan het laveren om behouden daar binnen te varen. Wonderlijk is dat er nu nog steeds dan tientallen mensen op de kust, vaak ouderen vanuit hun auto, met verrekijkers kijken of dat goed gaat. Dat het vaak niet goed ging blijkt wel uit alle plaketten en gedenktekens hier. Schokkend is trouwens ook te lezen hoeveel Australische schepen zijn gezonken in de hele pacific en Europa in WO I en II en bij allerlei conflicten in Azië waar Australië hulp heeft verleend (Viëtnam, Filippijnen, etc.) en hoeveel doden er zijn gevallen. Ik had het eerder over Anzac day, zeg maar dodenherdenking alhier, maar het blijkt dus dat Australië in WO I bv naar rato van de bevolking de meeste militairen heeft uitgezonden van alle betrokken landen ter wereld. Daarbij hadden ze percentueel ook het meeste doden van alle landen, 65 % van hun militairen werd gedood. Het ongelooflijkste is daarbij dat het hierbij ging om vrijwillige militairen die zich lieten uitzenden, of het moet zijn dat dit feit in de geschiedenisboeken buiten Australië eigenlijk helemaal niet voorkomt. Schokkend, maar wat is er buiten Australië eigenlijk wel bekend over dit land en wat er hier gebeurt? Politiek gebeurt er momenteel vanalles op het gebied van vernieuwingen in het sociale stelsel, gezondheidszorg, mileu (ja, de Midnight Oil minister), child care, homorechten, Aboriginal-rechten, etc., maar wie weet eigenlijk wat van premier Kevin Rudd maar buiten Australië krijgt niemand er iets van mee, met uitzondering misschien van het historische “sorry” aan de Aborigines.  Toch lijkt er hier langzaamaan sprake van een zekere vooruitgang tav de Aborigines, althans een groeiend besef en erkenning van hun cultuur en rechten, al zijn de problemen verre van opgelost. Gisteren was er hier een mars met tienduizenden mensen en een all star footygame met festiviteiten in een stadium, live op tv, tegen racisme en voor participatie van Indigenous people in het Australisch football en in de maatschappij in het algemeen. Kortom, er gebeurt hier vanalles waar bijna niemand wat van weet.

Maar die kust dus: camper bij Port Lonsdale gezet, vlak voor de vuurtoren en punt van The Rip, aan het strand met een speeltuin, een strand (bij eb) en beukende golven. En de volgende ochtend weer prachtig weer, waarna we van 8 uur ’s ochtends tot 13.00 in het zand hebben zitten spelen met de kinderen, af en toe een cappucino er bij halend, in de stralende zon in bij het donderend ruisen van de zee! Erg fijn dus, alvorens terug te rijden naar Melbourne.

Deze week was weer schooltijd voor Sasha, hebben we aardig wat gefietst en gewandeld door de buurt hier, hebben we nieuwe schoenen gekocht voor de kids (viel ook niet mee om een winkel voor kinderschoenen te vinden) en ben ik met Marloes uit geweest in Northcote. Eerst rondlopen langs de kroegen e.d., toen naar de oude art-deco bioscoop aldaar naar het prachtige The Painted Veil (aanrader!) geweest en gedronken in een schitterende kroeg genaamd barnancy (soort postmoderne Venetiaanse villa-stijl, met open haarden in achterste ruimten, houtkachels in de tuin en oude Donna Summer muziek). Het is daar trouwens net Berlijn qua prachtige en weirde etablissementen (experimentele filmprojecties met live free-jazz tot op het troittoir, bizar gewoon) en gemeleerdheid van het publiek, maar dan samengepakt op een stuk straat van een paar honderd meter. Leuk!

Gisteren trouwens Simon en Anne-Marie ontmoet en hun kinderen, van wie we dus het vorige huis hadden gehuurd. Ook leuk, erg aardige lui. Verder veel met de kinderen buiten geweest, voetballen in het park bij het Melbourne Museum, uit ontbijten, spelen in de speeltuin….ontspannen dus. Bye for now!

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer