the top end: kakadoo, litchfield en darwin (update!)

Northern Territory,

Een week vakantie. Last minute besloten om, nu we hier toch zijn, een week naar Kakadu National Park te gaan, de warme tropen in en om toch even flink wat wildlife, rode bushpaden en oranje rotsen, oftewel het vertrouwde beeld van Australië mee te pakken. Verhalen over skiën in Australië mogen dan aparter klinken, in de praktijk haalt dat het toch waarschijnlijk niet bij onze Alpen. Dus: ticket op Darwin boeken, kleine fourwheeldrive, camping gear, en hotelkamer boeken, handbagage inladen en vertrekken. Die hotelkamer was het lastigste bleek, vanwege een weekend van V-8 autoraces, blijkbaar mateloos populair hier, te Darwin, dus hadden we de laatste betaalbare 4-persoonskamer in Darwin. Dat was dus in backpackers megahostel Melaleuca On Mitchell, de place to be voor iedere aspirant stoere backpacker met een Lonely Planet. Die kamer was dus een hok met douche/wc en 2 stapelbedden, maar ondanks de herrie van de bar op het balkon met bar en lading jongeren was het wel cool, althans onze jongens en wij bleken de enige die het daar aanwezige zwembad (met nepkrokodil) wel in wilden duiken ter verkoeling. De ouders waren best wel trots op deze stoerste en jongste backpackers, al leverde het soms wel meewarige blikken op als ze met volleyballen gingen gooien of het poolbiljarten (interessant en vet cool) gingen verstoren door vol bewondering met hun neusjes over de band te hangen. Ze hadden trouwens een monitor lizard daar zitten die Harold heette; goed omen!

Volgende dag auto halen en rijden. Regelmatig zie je bushfires, dat hoort zo, ze moeten eea regelmatig affikken om het bij te houden, hebben ze van de Aboriginals geleerd. De beheren trouwens tegenwoordig het nationaal park, samen met de whitefellas, maar overal wordt wel verkondigd dat je op hun land bent, en zo hoort het ook. Goed is ook dat er niet op de borden staat ‘de Aboriginals geloven” of zoiets, maar ‘dit is het land van dit volk, en het is geschapen door die en die creator of ancestral spirit’. Grappig was wel een bord over het traditionele “sickness country”, grote delen van Kakadu, waarbij Aboriginals waarschuwen voor sterke geest ‘Bula’ die in de grond zit op bepaalde punten en die je niet moet verstoren omdat deze je anders ziek maakt. Die plekken blijken te correleren met die gebieden waar geologen kwik, lood, arsenicum en uranium hebben gevonden. De 2 aanwezige uraniummijnen zijn overigens na lange debatten gesloten, al hebben de Aboriginals besloten 1 ervan niet met beton te dichten maar met een traliehekje, omdat er nu vleermuizen in huizen. Mag de natuur niet verstoren! Geleerd op een dia-voorstelling van een Aboriginal parkwachter annex campingbeheerder die veel aan educatie deed. Wel een moeilijke situatie, vooral om die gigantische kennis over te dragen aan de jongere generatie die via reizen en tv andere aspiraties krijgen dan van het land te leven. Misschien is het wel een goed teken dat veel van hen niet naar school gaan. Het is een onmogelijke spagaat lijkt me.

Afijn, eerste dag gekampeerd aan een grote billabong vol met waterlelies en heel veel vogels, gekanood daar (mag je pakken, liggen daar) en vuur stoken. De mensen die er wonen hebben een zwaar outbackgehalte, je vraagt je soms af wat ze drijft om daar te wonen. Ondanks wat toeristen en een bevolking van 80.000 van wie een kwart Aboriginal heb je in dat hele gebied zo groot als Europa alleen maar wildernis. Als je ff van de highway (bij gebrek aan beter) afgaat, al heb je niet zo heel veel 4x4 tracks en die staan dan ook nog driekwart van het jaar onder anderhalve meter water, dan zie je dus helemaal niemand of wel heel sporadisch. Bush! Outback!

Volgende dag over onze eerste 4x4 weg, onderweg een Brolga (soort kraanvogel) gezien en bij een billabong gelunched (toch een beetje eng, als je weet dat er iedere 30/40 meter een krokodil zit die in 10 seconden bij je kan zijn). Tweede dag toch even op een camping met voorzieningen (zwembad!! ijsjes! Wasmachine (je bent hier binnen een dag rood van het fijne zand)!) gezeten omdat ze er een tv hadden voor het voetbal. 3 nachten geweest daar en uitstapjes gemaakt, uiteindelijk toch gevlucht vanwege de muggen. Volgende dag was een toppertje, cruise op een boat geboekt om 6.45 over de Yellow River (vertrek 6.25 uur), Alligator River en wetlands / floodplains. Dat was geweldig, Aboriginal gids (Ruben) die lang als krokodillen - researcher gewerkt (en ze heerlijk vindt, de wilde althans, die volgens hem totaal anders smaken dan gekweekte kroks) had en maar kijken: links rechts, overal kroko’s, een gouden boomslang, duizenden vogels, niet te filmen. Visarend, magpie gans (die vormen paartjes met zn 3-en, 2 vrouwtjes en 1 man zorgen samen voor een nest), een soort ooievaar met zwarte kop: de Jabiru, twee soorten ijsvogels, kleine jezusvogels die over het water kunnen lopen (waarvan het vrouwtje zodra ze de eieren heeft gelegd de sierlijke beentjes neemt en de kroost door vaders wordt verzorgd) en ga zo maar door. Het is echt geweldig met zo’n gids die heel veel weet te vertellen. Ook nog een introductie in de lokale aboriginal cultuur waar de gids van deel uitmaakt. Duurde 2 uur, maar vloog om, kinderen vonden het ook geweldig. Niet over de reling hangen! Krokodillen blijken 4 meter te kunnen springen!

Eind van de dag naar Nourlangie geweest met rock art en wat gewandeld met zonsondergang, ook nagenoeg niemand daar! Wat wel leuk is is dat we tekeningen tegenkomen die ook voorkomen in het voorleesboek over de ‘dreamtime’ (ontstaansgeschiedenis van Australie volgens aboriginals) dat we aan het voorlezen zijn. Over hoe in de droomtijd de dieren, het landschap, de sterren etcetera ontstaan zijn. Het maakt veel indruk op de kinderen: Als ze spelen horen we de ‘vooroudergeesten uit de droomtijd’ terug in hun spel.

Tweede dag met de auto naar Jim Jim Falls, eerst 55 km gravelroad, daarna 10 km echte 4x4 track. Geen tijd voor foto’s, wel wat op video, tjesus, dat was ploegen en plonzen. Sasha en Jonathan vonden het schitterend, dwars door het water met de auto. Kwamen halverwege een paar Rangers tegen, halverwege gevraagd of dat wel ging zonder snorkel op de auto, want keren leek er ook niet in te zitten. Jahoor, geen probleem nu, maar de auto bleek waterdicht (en dan hoor je sasha gillen jaaaaa spetters in de auto, die had vast de ramen open gemaakt). Denk je dat je er bent, moet je de laatste 800 meter klauteren over enorme rotsblokken, bepaald geen sinecure. Vooral als je met peuter en kleuter bent. Bleek Sasha dat op zijn crocjes helemaal te kunnen, wat was hij trots dat hij helemaal zelf dat hele stuk gebolderd had. En wij ook. Het was best spannend af en toe. Ook voor Harold met Jonathan in de rugdrager, maar wat een ontlading: dat hagelwitte strand aan een blauwgroene lagune onder een waterval, omzoomd door een kathedraal van honderden meters hoge rotsen. Vissen in water zo helder en koel, de waterval en plunge pool in de schaduw en strand vol in de zon, onbeschrijflijk! Die rotsen waren zo hoog dat ze op je leken te vallen en de hele plek straalde een onaangeroerde schoonheid uit …. Hoogtepuntje! De jongens wilden niet meer weg, die vonden het heerlijk op het strandje en in het water. Ze waren ook onder de indruk van de plek. Op de terugweg was Sasha hondsmoe, maar het vooruitzicht van een ‘medaille’ en een ijsje als hij het toch zelf zou lopen hield de motivatie hoog.

Het is goed dat ze het een beetje moeilijk houden om de bezoekers te beperken en er geen pannenkoekenhuis neer zetten. Nu laten de elementen dat natuurlijk niet toe, driekwart van het jaar kan je er alleen overheen vliegen, maar toch houden ze hier het toerisme beperkt (hoewel, er stonden zeker 4 4x4 bushbussen geparkeerd), wat een verademing is. Je voelt je ook extra dankbaar dat je er zelf wel bent bovendien.

Dag erna wat vertrokken naar Gunlom, met een prachtige eenvoudige camping aan weer een plungepool onder een waterval. Je mocht er vuurtje stoken dus de kinderen waren weer dolgelukkig. We hadden een schattig plaatsje onder de pandana’s, maar achteraf gezien denken we dat er wel veel sandbugs zaten want we zitten onder de bultjes die enorm kriebelen. Jonathan spotte een regenboogslang in het water “kijk mama, slang”, inderdaad, 10 cm van zijn voetjes af, ik (Marloes) wist niet hoe snel ik m uit het water moest vissen. Vervolgens bleef de slang wat op de kant rondsluipen. De volgende ochtend vroeg een fikse klim gemaakt naar rotspoelen boven de waterval. Bovengekomen gingen de jongens meteen spelen. Jonathan met zijn dino’s in het zand en Sasha bouwde een kasteel van takken. Sasha was moe van de klim naar beneden dus nog een wandeling in de buurt zat er niet meer in. Op de camping was het te heet, dus maar rondgereden in de omgeving, maar na 40 km 4x4 track stond er een hek en bleek je een permit nodig te hebben voor een bepaalde gorge, waarschijnlijk door de Aboriginals ingesteld om een heilige plek te beschermen, maar helaas wisten we het niet, en om een hek kun je hier niet heenrijden. Nog een end doorgereden, maar daar was de weg op een gegeven moment weggespoeld en voelde het knap naargeestig, dus weer een paar uur terugrijden door het niks, behalve langs een voormalige uraniummijn. Afijn, je hebt airco in de auto en ’s middags is het toch te heet. Nog ff 50 km doorcrossen om een ijsje te halen bij de enige benzinepomp annex winkel (3 schapjes blikjes) en pub (met bar van golfplaat), maar wel koud bier gescoord!

Volgende dag dan maar opbreken en doorrijden naar Litchfield, een ander nationaal parkje. Lunchen en tanken in Pine Creek, naast de Aboriginals op het gras. Dat wilde Sasha. Grappig is ook dat de kinderen totaal niet raar opkijken daarvan, zij willen ook gewoon in het gras zitten, picknicken en met takken spelen. Spelen nog in speeltuin, worsten kopen, geld pinnen, tanken, rijden. Komen daar bij wat aparte termietenheuvels onze voormalige Melbournse oppas (Rosanne) tegen! Kamperen op een bushcamping bij weer wat watervallen, nu de Florence Falls en daar heerlijk zwemmen en spelen. Dit keer had Jonathan de 450 traptreden en vervolgens het paadje naar de bushcamping ook helemaal zelf gelopen. En wat zijn ze ondertussen handig geworden met klauteren over gladde rotsen in stromend water allebei. ’s Avond weer vuur stoken en worsten bakken op het vuur, wat natuurlijk heel ruig is. Iedere knul eerst half blik spaghetti op en daarna 2 worsten. En een bushmouse (of was het een bushrat?) gezien. Volgende dag nog ff naar Buley Rockhole, een stel poelen met watervalletjes vol bronwater en naar Darwin terug. En Rosanne weer gezien. Naar de backpackers, zwemmen daar en pool kijken! Mailen, eten koken daar tussen de crusties, wakker liggen van de hitte, brandalarm en herrie en om 4.00 eruit om naar het vliegveld te gaan.

Groeten uit Joe’s Garage in Fitzroy, cheers,

Harold, Marloes, Sasha en Jonathan

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer